Steun ons en help Nederland vooruit

Lars Westra, jongste ondernemer van Nijmegen

D66-raadslid Lusanne Bouwmans ging in gesprek met Lars Westra, de jongste ondernemer van Nijmegen. Lars is 12 jaar en heeft hij zijn eigen bedrijf: ‘Visie van Kinderen’, waarmee hij met een kinderlijke blik advies geeft aan bedrijven en instellingen. Daarnaast gaat hij ook gewoon naar school in de eerste klas van het Karel de Grote College. Lusanne praat met hem over ondernemen, kinderen en klimaat.

Toen ik 12 jaar oud was hield ik me met hele andere dingen bezig dan met mijn eigen bedrijf beginnen. Hoe kwam je op dat idee?
‘Mijn vader had een eigen bedrijf, dat vond ik super cool. Dus toen ik 9 was heb ik de Kamer van Koophandel gebeld. Ze vonden me eigenlijk te jong voor een eigen onderneming, maar gelukkig kon ik toch mijn eigen bedrijf starten. Ik kreeg gelijk al wat reacties. Zo gaf ik advies aan de Cliniclowns over hun Virtual Reality-bril. Er zijn namelijk niet genoeg clowns om alle zieke kinderen te bezoeken en met zo’n VR-bril krijgen toch alle kinderen die in het ziekenhuis liggen persoonlijke aandacht. Bij zo’n opdracht is het slim om kinderen om hulp te vragen. Kinderen denken namelijk heel anders dan volwassenen. Niet beter, maar op een andere manier.’

Kun je daar een voorbeeld van geven?
‘Veel volwassenen zijn geldgericht. Die werken voor grote, vaak vervuilende bedrijven die alleen maar uit zijn op winst maken. Ik snap dat niet. Je wilt toch liever iets goeds doen voor de wereld in plaats van alleen maar zoveel mogelijk geld verdienen? Geld dat je toch niet allemaal op kan maken? Zo denken veel van mijn leeftijdsgenoten er volgens mij ook over.’

Afgelopen februari liep je mee met de klimaatmars. Waarom vond jij het zo belangrijk om hieraan mee te doen?
‘Ik vind het belangrijk dat jongeren hun stem laten horen. Dat is ook waar mijn bedrijf voor staat. En ik vind dat we de wereld goed moeten doorgeven. Met #onzetoekomst probeer ik op YouTube mensen bewust te maken van klimaatverandering. Ik maak hierbij filmpjes waarin ik hen  uitleg wat ze kunnen doen om zelf een steentje bij te dragen aan een beter klimaat en waarom dat zo belangrijk is, namelijk; voor onze toekomst!’

Want je maakt je zorgen om de toekomst?
‘Ja. Nu het in de winter lekker weer is denk ik aan de ene kant “Fijn! Lekker weer”, maar aan de andere kant “oei, het is februari en de terrasjes zitten vol”. Dat is gewoon heel zorgelijk. Ik denk dat de meeste Nederlanders dat wel weten, maar het eigenlijk niet wíllen weten. Die mensen probeer ik dan toch om te praten. Bijvoorbeeld als mensen zeggen dat het niet zoveel uitmaakt wat we in Nederland doen, omdat we zo’n klein landje zijn. Dan vertel ik ze dat Nederland zeker niet de minste impact op het klimaat heeft vergeleken met andere landen in Europa. Bovendien is Nederland heel welvarend en we hebben best veel invloed, ondanks dat we klein zijn.’

Stel, jij was voor één dag raadslid in Nijmegen, wat zou jij dan aanpakken?
‘Dan was ik ook een van de klimaatdrammers! Ik zou nog meer snelfietspaden willen. En nog meer groen. Tegels eruit, groen erin. Minder wegen en meer parken. Dat kan best! De Hatertseweg heeft bijvoorbeeld wel twintig binnenwegen, dat is helemaal niet nodig. Daar kunnen we er makkelijk een aantal uithalen zodat we mooie groene parken kunnen aanleggen.’

Maar er zijn ook raadsleden die helemaal niet meer parken en fietspaden willen. Autootje pesten noemen ze dat.
‘Toch is het beter om minder auto’s te hebben in de stad. Nijmegen is ook weer niet zo groot. Van a naar b komen kan ook gewoon op de fiets, of lopend. Dat doe ik zelf ook altijd. Ik zou gewoon samenwerken met de partijen die dat ook een goed idee vinden om het zo toch voor elkaar te krijgen. En ik denk dat D66, GroenLinks en de PvdD nog harder moeten drammen om de andere partijen ervan te overtuigen dat we meer voor het klimaat moeten doen.’

Als mensen ergens echt anders over denken, dan luisteren ze meestal gewoon niet. Moeten we dan toch kinderen vaker om hun mening vragen?
‘Mensen horen kinderen, maar ze luisteren vaak niet. We moeten kijken hoe we kinderen meer een stem kunnen geven. Geef bijvoorbeeld eens in de zoveel tijd een kind het woord tijdens een raadsvergadering om te vertellen wat hij of zij belangrijk vindt.’

En wat zou jij dan zeggen, als je die kans kreeg?
‘Dat raadsleden minder moeten stropdasdenken. En natuurlijk dat jullie meer naar kinderen moeten luisteren.’

Laatst gewijzigd op 13 mei 2019