Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 9 november 2017

‘Nee, mam, morgen ruim ik m’n kamer écht op’

Enige verwarring was er wel, vorige week in het debat over de stadsbegroting voor 2018 en verder. Terwijl sommigen zeiden dat het prima ging met de financiële positie van de stad, merkten anderen op dat de bodem van de schatkist nabij is. En de Gelderlander schreef er een snedige column over. Graag leg ik aan de hand van enkele eenvoudige plaatjes uit hoe het zit.

 

Als je aan een puber vraagt of z’n kamer opgeruimd is, is het antwoord eenvoudig: “Zal ik morgen doen.” Niet meteen, maar ook niet heel ver weg, zodat er niet echt iets te klagen valt, maar je ook niet in actie hoeft te komen. Precies hetzelfde beeld zien we de afgelopen jaren in Nijmegen. Het College van B&W belooft ieder jaar te gaan starten met het vullen van de schatkist. Maar na een jaar blijkt daar weinig van terecht te komen. Erg? Nee, want men belooft gewoon opnieuw dat het allemaal wel goed komt.

Zo beloofde men in 2014 (bij een stand van 68,6 miljoen euro) om in 2017 in de gemeentelijke spaarpot 92,2 miljoen te hebben gespaard. Dat lukte niet echt, het jaar erna zat er nog maar 53,6 miljoen euro in de pot. Momenteel zitten we op zo’n 70 miljoen. In 2016 volgde opnieuw het niet waarmaken van de belofte uit 2014, en kwam er, nauwelijks verbazend, opnieuw de belofte om (“nee, nu ééécht mam”) snel tot een gevulde spaarpot te komen.

Dat ziet er dan ongeveer zo uit:

 

En vandaar mijn scepsis bij de begroting. Niet het peil van de spaarpot, maar de terugkerende niet-nagekomen belofte om structureel te gaan sparen, is me een doorn in het oog. Zeker nu bekend geworden is dat ook aan het eind van 2017 wederom niet teveel verwacht mag worden van het resultaat.

Is dat erg?

Dat is natuurlijk de hamvraag. Een spaarpot heb je immers ook om af en toe eens iets leuks van te doen, toch? En die loze beloftes, tsjah, wie schaadt dat nu helemaal.

Helaas is het wél erg. Nijmegen heeft geen echte spaarrekening voor noodgevallen. We maken een inschatting van de tegenvallers die onze stad gaan raken (bijvoorbeeld de verliezen in de Waalsprong) en we hebben afgesproken dat we zoveel geld in de reserves moeten hebben als dat we verwachte tegenvallers hebben. Een voorbeeld: als we denken dat de Graafseweg het komende jaar 20% kans loopt om voor 5  ton aan vorstschade op te lopen, moet er 1 ton aan risico worden opgenomen. Tot 2016 hadden we aan verwachte risico’s ongeveer 80 miljoen.

De Systeemwisseling

Na 2016 hebben we afgesproken dat we de risico’s ook gaan koppelen aan het moment dat ze kunnen optreden. Bijvoorbeeld: Het bedrag ten behoeve van het risico op vorstschade aan de Graafseweg moet dit jaar beschikbaar kunnen zijn, maar schade die ontstaat aan de Grote Markt na het winnen van het EK van 2020 hoeft pas in 2020 beschikbaar te zijn.

Dat betekent dus dat onze spaarpotten nu geen 80 miljoen hoeven te bevatten, maar (veel minder); de toekomst na 2018 is immers veel langer dan 2018 zelf.

Sparen is dus in ieder geval belangrijk: het moet gebeuren, omdat we weten dat er ook verwachte tegenslagen tegenover staan.

Dat levert dit plaatje op:

 

Hierin zie ik twee dingen:

  • De nieuwe manier van rekenen zorgt ervoor dat er pas in 2023 80 miljoen in de spaarpotten moet zitten (Pfjoew, eerder stond in het coalitie-akkoord dat dat voor 2018 geregeld zou zijn, dat zou dus nu mislukt zijn.).
  • De spaarreserves ontwikkelen zich absoluut niet zoals beloofd. Net als de puber die z’n kamer maar niet opruimt, zijn de beloftes die elk jaar gedaan worden niets waard. Dat betekent dat we wellicht nu (door de nieuwe wijze van risico’s berekenen) geld in kas lijken te hebben, maar eigenlijk komt er niks terecht van ons voornemen om te sparen. En dat moet wel. Want de rode lijnen in het vorige plaatjes zijn échte tegenvallers die écht geld kosten.

Het lijkt dus voor de hand liggen om snel extra te gaan sparen. Maar dat gebeurt niet. Het wisselen van een systeem heeft ervoor gezorgd dat het lijkt of we met minder geld in de reserves dezelfde risico’s kunnen opvangen. Zo kan dit college dus extra geld besteden aan “leuke dingen”, zoals de voorman van de SP het noemde tijdens de begrotingsbehandeling.

D66 Nijmegen zal in de aanloop naar de verkiezingen van volgend jaar laten zien hoe we Nijmegen duurzaam gezonder willen maken met betere woningen en goed onderwijs. Dáár zal de campagne ook over gaan en dáár praat ik ook het liefst over.

Maar het is jammer dat het het College van B&W niet lukt om de schatkist van de stad na de verkiezingen door te geven met een solide basis erin. Nu geld uitgeven aan leuke dingen, betekent dat een nieuwe college een extra inhaalslag moet maken en de leuke dingen weer moet terugdraaien en zelfs moet bezuinigen. Dus het zoet is wel van erg korte duur.

Maar dat zet dan weer geen enkele partij op z’n flyers.

Tobias van Elferen

Update, 14 november 2017: Inmiddels is bekend geworden dat Nijmegen dit jaar 4,3 miljoen inteert op de reserves. Wederom wordt er dus weer een jaar niks gespaard. Integendeel.

 

Uit de Nota Slotwijzigingen 2017

Alle bedragen in dit stuk zijn ontleend aan de officiele jaarrekeningen van de gemeente Nijmegen, die je hier kunt inzien: http://pcportal.nijmegen.nl/